|
Herfst De herfst, het seizoen van de gemengde gevoelens. Het is vaak een schitterend jaargetijde, waarin de natuur een rijk kleurenpalet hanteert en waarin diepe,warme tinten overheersen. De takken buigen door onder de vruchten en bladeren wedijveren met de zon in gouden schoonheid. Overal kun je proeven van de heerlijkste druiven noten en appels, het is de tijd van de oogst. Maar het is ook de tijd dat je de indruk hebt dat het licht nog even blinkt, dat de schittering een donkere gloed krijgt juist omdat het licht snel zal verdwijnen. Herfst lijkt een beetje op zonsondergang. Het is nog licht, maar je voelt dat de tijd zijn stap versnelt en dat er weldra geen licht meer zal zijn. Alles leeft nog, maar het staat ook in het teken van het grote verdwijnen. Je voelt in de kleuren en geuren van de herfst ook de tijdelijkheid. Leven is fraai, opwindend en boeiend, maar het duurt geen eeuwigheid. Het is op een gegeven moment voorbij. Leven staat in het teken van de tijdelijkheid. Eeuwigheid is de mens niet gegeven.
Weemoed en romantiek Kortom, de herfst draagt een bepaalde weemoedigheid met zich mee. Daar kun je dan heel romantisch over doen en spreken over het prachtige palet dat de Schepper in de herfst hanteert. Klopt, het is ook werkelijk prachtig. Toch lijkt de herfst vooral het moment dat je alles langzamerhand lijkt af te sluiten. Je bereidt je voor op het vertrek. Zeker, het zijn nog mooie dagen en uren, maar in de herfst voel je dat er een moment komt dat je naar je eeuwige huis vertrekt (Pred. 12,5). Zo spreken en denken wij over de herfst. Een mooie tijd, maar ook de tijd dat je voelt dat het afscheid nadert. Niet voor niets noemde de historicus Huizinga zijn beroemdste boek Herfsttij der Middeleeuwen. De tijd dat de middeleeuwen hun mooiste uren kenden, maar tegelijkertijd ook al aan het verdwijnen waren en de Renaissance zich aankondigde. Gaat de kerk mee in die romantiek? Het lijkt er wel op, want juist in de herfst gedenken wij degenen die we verloren en die zijn heengegaan. Dus lijkt de kerk aan te sluiten bij de tonen van weemoed en romantiek. Maar dat is schijn. Want een kerk zal nooit zeggen dat het leven staat in het teken van blinken en verzinken. Een kerk zal mensen niet voorhouden dat het leven op een gegeven moment mooie rijpe tijden kent, maar dat die alleen maar boodschapper zijn van een naderend einde. Dan zouden we het leven in het verkeerde teken stellen. Dan zou de natuur het laatste woord hebben over ons leven en zou geloof zich voegen naar de wetten van de natuur. Maar geloof is geen natuurproduct. Geloof gaat over het feit dat het leven van een mens in het teken staat van bekleed worden met een ander leven. Geloof gaat over de binnenkant van het leven. Een binnenkant die niet, à la de natuurwetten, een herfsttij kent, maar die verlangt naar een wind waarvan je niet weet waar die vandaan komt noch waar hij heen gaat (Joh. 3,8). Zodat je de woorden van Jezus zou kunnen verstaan, dat je God niet zult ontmoeten tenzij je herboren raakt (Joh. 3,3). Begrijpt u me goed. Het licht Ik heb het dan niet over felle reborn christians die iedereen veroordelen die niet zoals zij leven. Maar wel over het feit dat je juist tegenover God het gevoel kunt hebben dat je de contouren van een nieuw bestaan ziet en dat er een licht is dat je niet veroordeelt, maar bevrijdt. Dat je tegenover God kunt geloven dat de tocht naar binnen niet een tocht is naar het bekennen van alle falen, alle mislukkingen, alle fouten die je netjes hebt weggestopt, maar een tocht waarop God je bevrijdt van het oude mensbeeld en het oude godsbeeld. Het oude mensbeeld dat wil dat een mens is als seizoenen. Hij maakt lente, zomer herfst en winter door. Hij wordt geboren en sterft. Nee, een mens leeft altijd voor God. Ten tweede, een bevrijding van het oude godsbeeld, dat beeld dat wil dat God zo verheven is dat de mens nauwelijks het woord tot hem kan richten. Nee, God is de God met wie je wandelt en tegen wie je zegt dat je niet van hier zult gaan tenzij hij meegaat (Ex 33,14). Een mens staat niet in het teken van de natuur, van de seizoenen. Maar in het teken van God, van de tocht naar binnen op weg naar een andere gestalte van leven. |